zaterdag 9 mei 2020

Apostelkind 2



Vanmorgen sloeg ik de Volkskrant open en kwam een recensie tegen van het boek van Renske Doorenspleet.

Inmiddels is mijn eerste gedachte: "Daar gaan we weer...", na recensies in de Trouw, de NRC en het Nederlands Dagblad te hebben gelezen.

Iedereen heeft natuurlijk recht op zijn eigen waarheid en mag ook, waar hij of zij dit wenst, zijn of haar menig verkondigen. Daar zal je mij werkelijk nooit over horen. Dat Doorenspleet gebruik heeft gemaakt van feitelijk materiaal, ze deed uitgebreid bronnenonderzoek en ook haar persoonlijke herinnering hieraan koppelt. Je zal mij hier niet over horen. En dat ze op zichzelf een goede schrijfster is, ik zal de eerste zijn die dit ook hardop zal bevestigen.

Er beginnen mij echter een paar zaken behoorlijk te steken. Dat zit hem vooral in de feitelijkheden. Zo blijkt uit vraaggesprekken met de schrijfster vrijwel nergens dat zij een verhaal vertelt zoals dat zich inmiddels ruim 35 jaar geleden heeft afgespeeld. Dat er inmiddels, na apostel L. Slok, 3 opvolgers zijn geweest en dat de positie, de benamingen en de relatie tussen de apostolischen en de apostel niet meer te vergelijken zijn met de periode Slok. Het is dus een verhaal uit het verleden en ze kent, ik durf dit hardop te zeggen, geen weerklank meer in de tegenwoordige tijd. Het zou Doorenspleet sieren, ook vanuit haar hang naar feitelijkheden, om dit aspect te benoemen.

Een andere kwestie is de overdrijving. Zo werd in het artikel in de NRC doodleuk verklaart dat zij een hekel had aan het kinderlied "8017". Inderdaad, een kinderlied zoals dat ergens in de jaren '50 werd gezongen. Ik ben zelf geboren in 1962 (en vanaf dat moment opgegroeid in het Apostolisch Genootschap) en toen was dit lied allang verdwenen uit de kinderbundel. Doorenspleet is van begin jaren '70 en het is dan ook ondenkbaar dat zij dit lied ooit heeft gezongen, laat staan dat ze hier, als kind, een dergelijke emotie aan heeft overgehouden. Zo merkte ik in een eerder artikel al op dat de hele term "Apostelkind" , de titel van het boek, voor mij geen enkele betekenis heeft: ik ben nooit zo genoemd en in ons gezin speelde het geen enkele rol.

Dat het Apostolisch Genootschap een periode heeft gekend waarin het in zichzelf gekeerd raakte, we spreken dan over de laatste jaren van het apostolaat van L. Slok en dat hij er wellicht beter aan had gedaan om jaren eerder zelf afstand te doen van zijn plek als apostel, om zodoende ruimte te bieden aan ontwikkelingen die nu eenmaal onontkoombaar waren (zoals alle na hem komende apostelen wel hebben gedaan), het is zonder twijfel waar.

Het is alleen niet gebeurt, met alle gevolgen van dien.

En daar moeten we ook mee leven: het is onderdeel geworden van onze geschiedenis en ik geloof dat niemand pogingen wil doen om dit te verbloemen. Het is echter aan de na hem komende apostelen en vele broeders en zusters te danken dat dit heilloze pad weer werd verlaten en apostolischen, zoals ze altijd al deden, volledig hun plek in de samenleving weer gingen innemen. Ook zie ik dat, als reactie op het boek van Doorenspleet, nergens zaken worden ontkend of onder het tapijt worden geschoven en dat er voortdurend een handreiking wordt gedaan om hier in dialoog met elkaar te treden. Dat staat toch haaks op de suggestie dat het Apostolisch Genootschap besloten, intern gericht en repressief zou zijn.

Mijn kinderen hebben allen besloten om geen lid te worden van het Apostolisch Genootschap. Dit besluit hebben ze in alle vrijheid kunnen nemen en er is geen enkele poging gedaan om hen op andere gedachten te brengen. Als ze dit wensen, dan zijn ze nog steeds welkom in de eredienst, ook als dat een eenmalig gebeuren is. Wat mij betreft: ik heb ze lief zoals een trotse vader zijn kinderen lief heeft. Het zijn prachtige mensen.

Tenslotte de steeds terugkerende opmerking dat alles "fijn" moest zijn. Ik herken de term en herken ook de diep ingesleten apostolische gewoonte om steeds weer te streven naar harmonie. Het zijn nu eenmaal geen ruziemakers en hierin heb ik soms een wat andere benadering. Soms zou het niet verkeerd zijn als er meer de confrontatie wordt gezocht. Bijvoorbeeld als een schrijfster, vanuit haar persoonlijke trauma's, harder slaat dan eigenlijk gerechtvaardigd is.

Maar of deze eigenschap, geen ruziemaker zijn, nu reden is om een hele geloofsgemeenschap in een beklaagdenbankje te zetten?