zondag 28 juli 2019

Kruisbeeld

Sinds enkele jaren profileert het Apostolisch Genootschap zich als "een plaats voor religieus-humanistische zingeving".

Een mond vol.

Maar wat stáát hier nu eigenlijk?

Ik ga voor dit moment niet naar de woordverklaring: u heeft allen de beschikking over internet, dus "google" de woorden maar eens en er komt van allerlei kanten een uitgebreide verklaring uw kant op.

Ik zou zeggen: zoek het daar maar uit.

Voor mij vormt deze zin één van de kernvragen waar het ApGen zich voor gesteld ziet. Een zoektocht naar wie we nu eigenlijk zijn en de behoefte om dit te verwoorden.

Apostolischen zijn talige mensen. En we willen er tegenwoordig graag bijhoren.

Waarbij?

Dat is inderdaad de vraag...

Voor de kerkgangers onder ons, valt al snel iets op wanneer u één van onze kerken, gebouwen in apostolisch woordgebruik, bezoekt.

Nergens vindt u het kruisteken.

Hét symbool voor vrijwel alle christelijke Kerken, wordt binnen het Apostolisch Genootschap niet gebruikt.

Zijn we dan geen christenen?

Aha, hier wordt het interessant. Hier beginnen de meningen namelijk uiteen te lopen. Als ik voor mezelf spreek:

jazeker, ik ben christen.

Ik vermoed, ik heb dit nooit zo specifiek gecontroleerd, dat vele van mijn broeders en zusters hier niet volmondig "ja" op zullen zeggen en velen zullen het zelfs expliciet en onmiddellijk ontkennen.

Verwarrend?

Niet voor iemand die al zijn hele leven apostolisch is. Ik weet niet beter of dergelijke grote onderlinge verschillen in opvattingen zijn mij bekend en ik lig er niet wakker van.

Ik ga even terug naar het kruisbeeld, dat dus als symbool niet in onze kerken wordt gebruikt. We kunnen het kruis niet anders zien dan als een ronduit afschuwelijk martelwerktuig.

We hebben het onderling wel over het beeld van de verticale en de horizontale as (ik zei het al, we zijn nu eenmaal een talig volkje). Hiermee wordt bedoeld dat we ons, als gelovigen, bevinden in het snijpunt van de verbinding met God (de verticale as) en óók met onze medemensen (de horizontale as). Hierbij is de primaire belangstelling binnen het ApGen voornamelijk gericht op de relatie met onze medemens. Zij heeft derhalve traditioneel een sterk humanistische benadering van haar wereldbeeld.

Maar God is er ook. Sterker, in onze erediensten zijn er vele momenten die wijzen op de religieuze verbinding: er wordt gebeden, er wordt een avondmaalsviering gehouden (dat heet binnen het ApGen "de rondgang", met ouwel en wijn), er wordt gedoopt, een huwelijk wordt tijdens een kerkdienst bevestigd en soms, het mag voor mij wel vaker, wordt in de preek gebruik gemaakt van verhalen uit de bijbel. Ook worden het kerstfeest, pasen en pinksteren uitgebreid gevierd.

Nu zijn er binnen het ApGen broeders en zusters, tegenwoordig dreigt dit archaïsch woordgebruik te worden, er wordt steeds meer gebruik gemaakt van elkaars voornaam, die het liefst al dergelijke "religieuze balast" overboord zouden willen gooien.

Dan blijft dus alleen de humanistische lijn over.

Daar lig ik dan weer wel wakker van.

Voor mij is er niks mis met de humanistische lijn in mijn denken: ik ben lang genoeg apostolisch om vooral de relatie met mijn medemens als kostbaar en verrijkend te ervaren. Maar ik raak toch een paar belangrijke handvatten kwijt als het zich hiertoe gaat beperken.

Om een paar voorbeelden te noemen:

1) zo langzamerhand beginnen we te ontdekken dat de klassieke, humanistische benadering, namelijk het centraal stellen van de mens, een te beperkte en zelfs erg gevaarlijke is. De mens staat helemaal niet centraal, maar is onderdeel van een veel groter geheel.Tot op heden dreigt de zich centraal stellende mens vooral zijn eigen leefomgeving te vernietigen.
2) Bovendien, ik realiseer me dagelijks dat er feitelijk niks is wat ik aan mezelf te danken heb: vrijwel alles is mij vanuit de Schepping, gegeven: zicht, gehoor, reuk, verstand, bewustzijn, het kunnen liefhebben, etc.
3) Maar vooral, ik kan mij niet anders voorstellen dan dat er zin is verbonden aan ons bestaan en dat van de hele schepping. Doordat ik hier heel soms, uiterst gefragmenteerd, spaarzame inzichten in krijg, ik ken nu eenmaal vele beperkingen, dat helpt mij om te worden wie ik ben en daardoor tot zingeving te komen.

Er is voor mij dus nadrukkelijk een religieuze lijn in mijn denken. Ik spreek deze aan met "God". En van daaruit zijn mijn medemensen mijn broeders en zusters.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten