zondag 2 augustus 2026

Brandbrief


Het is alweer enige maanden geleden en de hier opvolgende golven zijn ook tot rust gekomen: 

de brandbrief. 

Een groepje verontruste broeders en zusters publiceerde, zoals het door hen werd genoemd, een brandbrief waarin door hen de zorgen over het genootschap en haar ontwikkelingen werden opgesomd. Ze waren duidelijk thuis in de marketing en wisten slim gebruik te maken van hun netwerk want in zeer korte tijd wisten ze de brief te verspreiden en haar boodschap binnen de lokale gemeenschappen zichtbaar te maken. Ook werd de mogelijkheid geboden om de brief digitaal te ondertekenen, wat door een grote groep ook daadwerkelijk werd gedaan. 

Het was voor ons genootschap een geheel nieuw verschijnsel: een publiek uitgesproken protest en een oproep aan anderen om dit protest te delen. Een oproep om invloed te krijgen op het bestuur. Een oproep in onversneden taal: er werd gekozen voor een conflict.

Nu kan ik me, in de geschiedenis van het Apostolisch Genootschap, één moment herinneren dat er voor iedereen voelbaar een conflict ontstond. Dat was op het moment dat de toenmalige apostel, L. Slok, besloot om een confirmatie van een grote groep jongeren geen doorgang te laten vinden. Het was zijn verzet tegen de moderniseringen in de samenleving die ook het genootschap binnen dreigden te komen. Hij gebruikte zijn invloed, en die was binnen de gemeenschappen en binnen de gezinnen zeer groot, om de deur hiervoor te sluiten. Het genootschap keerde zich (verder) naar binnen. Voor mij persoonlijk was de consequentie dat ik mijn haardracht kort moest houden (de norm was dat jongens lang(er) haar hadden) en dat ik op zondag in pak naar de eredienst ging. Vele apostolische jongeren uit die tijd herinneren zich de eenzame positie die ze vaak op school, noodgedwongen, moesten innemen: je zag er anders uit, op zondag geen sport maar naar de kerk en ook schoolfeestjes waren lastig want er was altijd wel iets te doen in het kerkgebouw.

Veel minder zichtbaar was dat deze democratiseringsbeweging ook op andere plekken in het genootschap opgang maakten. In Leiden was de daar werkende voorganger, Menges, een stuwende kracht voor de studentengroepen die volop nadachten over de noodzakelijke ontwikkelingen binnen het genootschap en, ongetwijfeld, toen ook het ontbreken hiervan. Het resulteerde in een machtsstrijd tussen L. Slok en deze voorganger waardoor herder Menges uiteindelijk het veld moest ruimen. Onder de druk van dit conflict, stemde L. Slok uiteindelijk toe in het moderniseren van het jeugdbeleid.

De verschillen met de gebeurtenissen rond de brandbrief zijn enorm.

Waar indertijd (we hebben het over de jaren '70 van de vorige eeuw) het overgrote deel van de broeders en zusters kritiekloos de lijn van de apostel volgden, werd nu met naam en open vizier hardop een kritisch geluid naar buiten gebracht. Waar toen het conflict feitelijk op de achtergrond en in zoveel mogelijk stilte werd uitgevochten (de hele geschiedenis rond herder Menges werd mij pas vele tientallen jaren later duidelijk), werd nu, ook door het bestuur, gekozen voor maximale openheid: de bestuursleden zochten zoveel mogelijk de gemeenschappen in het land op om met elkaar in debat te gaan.

Ben ik dan enthousiast over de brandbrief?

Neen.

Ik beschouw het schrijven, de publicatie en het oproepen tot verzet als een waardevolle, maar ook zeer ruwe en onvolmaakte poging om het genootschap voor en door de leden te doen zijn. Het blijft echter een grof middel omdat, ik zeg het maar even populair, de roependen zodoende alle aandacht krijgen en de (toch echt overgrote deel) zwijgende meerderheid ongehoord blijft. Als het bedoeld was als oproep tot dialoog, dan heeft het bestuur de boodschap op een waardige en democratische wijze opgepakt. Er moet dan ook worden geconstateerd dat de rol van de schrijvers hiermee heeft voldaan aan de doelstelling en dat hen geen andere keuze past dan weer een stap terug te doen.

De gebeurtenissen leren ons nog een waardevolle les waar we de briefschrijvers óók dankbaar voor mogen zijn: we zullen nog heel hard moeten werken aan een structuur waarin de leden actief en betrokken hun invloed op het beleid kunnen doen laten gelden. 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten