zondag 10 februari 2019

Een aanbieding




In de weekbrief voor deze zondagmorgen werd Leviticus aangehaald. In de weekbrief ging het om de passage waarin wordt opgeroepen om "je naaste lief te hebben als jezelf". Overigens wel een spannende, want heb ik mezelf wel lief? En staat een dergelijke liefde de liefde voor mijn naaste niet in de weg?

Leviticus is echter vooral een bijbelboek waarin uitgebreid wordt ingegaan op zo'n beetje alle regels zoals deze gelden voor het Israëlische volk: de omgang met elkaar, met vreemden, de wijze waarop dieren moeten worden geslacht en bereid, waarop de oogst moet worden binnengehaald, over wat mag en verboden is als het over sex gaat, hoe je fouten weer goed kan maken, over wat mag (en zeker niet mag) als je ongesteld bent. Je kan het eigenlijk zo gek niet bedenken, of er wordt wel een regel over geformuleerd. Zo ook over het offeren.

Een offer was een, veelal kostbaar geschenk voor God. Meestal was dit een dier, een stier, geit, schaap, duif, maar ook worden granen, oliën of wijn aangeboden. Je kon een offer brengen om een fout te herstellen, te smeken bijvoorbeeld om gezondheid of om regen in een periode van droogte, een viering extra luister bij te zetten of om je dankbaarheid te tonen.

Mijn apostolische voorvaderen spraken over het brengen van een offergave. Dit was overigens altijd een geldbedrag: dieren zijn bij mijn weten nooit als offergave aangeboden. Tegenwoordig spreken we over een aanbieding.

Bijzonder aan deze aanbieding, vergelijkbaar met een collecte tijdens kerkdiensten van andere richtingen, is dat het geldbedrag is verpakt in papier. Apostolischen hebben hier hele vouwkunsten in ontwikkeld om het geld op een mooie manier in te pakken: de aandacht die aan dit proces wordt gegeven wordt nog door velen beschouwd als onderdeel van het brengen van de aanbieding. Sommigen willen zelfs dat het ingepakte geld er zo mooi mogelijk uitziet: de vouwen worden uit het papiergeld gestreken en de munten opgepoetst. Dit laatste wordt zo langzamerhand door de meesten wel als wat overdreven beschouwd.

Niemand weet dus van de ander welk bedrag als aanbieding wordt gebracht. De bijbelse 10%-regel is al lang geleden los gelaten. Er wordt op vertrouwd dat iedereen zoveel verantwoordelijkheidsbesef heeft dat het bedrag in verhouding staat tot wat je persoonlijk ook kan missen.

De aanbieding wordt ook wel "liefdesaanbieding" genoemd. Wat dit voor mij betekent: het is een manier om mijn dankbaarheid te tonen. Ik kan niets bedenken wat ik uitsluitend en alleen aan mezelf te danken heb: ik kan zien, horen, ruiken, voelen, liefhebben, leren, lopen, en ga zo maar door. Ik heb het gewoon gekregen en het is goed, zo denk ik dan, om me dat ook regelmatig te realiseren. Ik weet ook dat de grens naar zelfgenoegzaamheid zomaar is overgestoken.

Daarom, het is goed om, ook materieel, iets terug te doen.

Om mijn dankbaarheid te tonen.

Gelukkig hoef ik daarvoor tegenwoordig geen stier meer mee te nemen naar ons kerkgebouw. Een geldelijke aanbieding volstaat.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten