zaterdag 25 mei 2019

Surrexit Christus


Eén van de mooiste liederen die mij vanuit Taizé kan worden toegezongen, is het "Surrexit Christus".

Eerst maar even Taizé. Dit wonderlijke verhaal begint in 1940 als Roger Schutz (bekend als broeder Roger) in Taizé een huis koopt en hier mensen begint op te vangen die vluchten voor het oorlogsgeweld. Dit resulteert uiteindelijk in een oecumenische kloosterorde, waarin de broeders zich wijden aan een leven van eenvoud en dienstbaarheid. Zij doen dit celibatair. Deze gemeenschap heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een plaats vol inspiratie en bemoediging, vooral voor jonge mensen die zich tijdens de, veelal gezongen erediensten laven aan de eenvoudige boodschap van liefde die de broeders uitdragen.

Het apostolische werk is indertijd in Engeland ontstaan vanuit een vaste overtuiging dat de wederkomst van Christus aanstaande zou zijn. Hij was immers uit de dood opgestaan, opgestegen naar de hemel met de belofte dat hij ooit weer zou terugkeren om een eeuwigdurend vredesrijk te stichten. De tekenen des tijds, de wederkomst zou worden voorafgegaan door een periode van grote rampspoed en chaos, waren duidelijk, aldus onze eerste broeders en zusters in de apostolische geloofsopvatting. Want er was chaos en er was rampspoed in de westerse wereld van die dagen: revoluties, opstanden, epidemieën en hongersnoden wisselden elkaar in hoog tempo af. We spreken over de 19e eeuw.

De leden van de catholic apostolic church maakten zich derhalve door gebed en hun (eenvoudige) manier van leven op om Christus te kunnen ontvangen.

Omdat deze wederkomst uitbleef, heeft deze kerk zich uiteindelijk weer opgeheven: haar leden gingen op in andere kerken en bleven nog enkele decennia in stilte periodiek bij elkaar komen om gezamenlijk hun liederen te zingen en rituelen te delen. Deze indrukwekkende kerk, ooit met ruim 200.000 leden, is inmiddels niet meer dan een herinnering.

De Duitse tak van deze kerk splitste zich af en hield haar institutie in stand. Vanuit deze tak is uiteindelijk het Apostolisch Genootschap ontstaan. In deze aftakking ontstond geleidelijk aan het besef dat de wederkomst van Christus wellicht geen letterlijke belofte zou zijn geweest. Wat nu als het ging om een gezindheid die door Jezus was geplant in de harten van mensen? Wat nu als deze boodschap van liefde hetgeen is waar het uiteindelijk om gaat?

Wat nu als het werkelijke wonder van het leven van Jezus van Nazareth is, dat hij een mens van vlees en bloed is geweest, zoals wij allen? Dat, wat hij in zijn leven wist op te brengen, door ieder mens in zijn eigen tijd op eigentijdse wijze op te brengen kan zijn?

Dan staat Christus steeds opnieuw op, als er weer een mens opstaat die de liefde in zijn leven leidend laat zijn. Is iedere geboorte opnieuw een kans op dat wonder.

En als die boodschap begrepen wordt, ontstaat misschien, heel misschien, een nieuwe wereld vol vrede.

Dat is hard werken

en bidden...

"O Surrexit Chirstus, alleluia!
 O Cantate Domino, alleluia!"

vrijdag 24 mei 2019

Over een oude jas...



Ik weet niet meer over wie het ging. Ik las de uitspraak in een artikel over bekende Nederlanders die waren teruggekeerd naar de kerk waar ze zich als jong volwassene van hadden afgekeerd. Ik meen me te herinneren dat het een schrijfster was die over dit proces zei:

"Het paste me als een oude jas..."

Deze uitspraak hangt vaak in mijn gedachten.

Natuurlijk zijn er ook bij mij momenten dat ik het liefste het ApGen de rug zou toekeren. Het is nu eenmaal een mensenwerk en ze wordt dan ook als compleet pakket geleverd: met intens mooie momenten, maar ook met diepe teleurstellingen.De laatste komen veelal juist van die mensen met wie je je extra verbonden voelt.

De teleurstelling zegt overigens vaak meer over mij dan over degene op wie deze zich richt.

Maar het gaat me nu om die oude jas...

Er zijn wel een aantal elementen die hierin mee helpen:

De groep is klein en de actieve leden zijn te overzien. Je kent daardoor veel leden en, omdat het apostolisch-zijn vaak, net als bij mij, een familiaire kwestie is, lopen er tal van lijntjes. Mijn moeder was een ware meester in het ontrafelen van al dit soort verbanden: als ze apostolischen ontmoette, dan ging het gesprek in de kortste keren over wie is wie en zit er nog familie tussen.

En ja, meestal was er wel op zijn minst een gezamenlijke kennis.

En gezamenlijkheid helpt, als het gaat om die oude jas. Het voelt namelijk erg vertrouwd.

Je deelt in een gemeenschap veel met elkaar. Zo doe je al snel ervaringen op waarbij mensen steun nodig hebben en ook krijgen. Dat geldt ook voor mij persoonlijk: de gemeenschap is voor mij altijd wel een veilige thuishaven geweest. In de loop van de jaren zijn er ook alweer velen van die kostbare mensen om mij heen weggevallen, maar mijn herinnering aan hen houdt ze in mijn hart levend.

Dat klinkt misschien sentimenteel, maar dat moet dan maar. Het ging nu om die oude jas...

Het helpt als een jas warmte geeft.

Of het hier gaat om de kip of om haar ei, ik weet dat niet, maar ik weet wel dat ik het als een verrijking ervaar dat ik mijn leven kan plaatsen in een breder perspectief. Hiermee doel ik op mijn overtuiging dat de bedoeling van mijn leven meer is dan het, zeg maar, biologisch in stand houden van onze soort of onze familie. Of in een eindeloos najagen van (nog meer) materiële welvaart. Of in een eindeloos, hedonistisch najagen van mijn lusten. Dat de schepping nog niet is voltooid en dat wij hier een belangrijke sleutel in handen hebben.

Maar dat is niet specifiek apostolisch!

Nee, dat klopt, maar in het ApGen vind ik wel de omgeving waar ik steeds weer in verbinding wordt gebracht met dit gebied. Omdat ik haar rituelen ken. Omdat ik haar taal ken. Omdat ik hier wegwijs ben geworden.

Pas op: niet dé weg, maar mijn weg.

Het was immers mijn oude jas.

Het helpt als die ook nog past.

donderdag 23 mei 2019

Dopen voor dummies




Als u mijn lidmaatschapskaart van het Apostolisch Genootschap leest, dan komt u, na de datum van de doop, een vreemd begrip tegen:

"Eigening"

en aansluitend staat dan ook vermeld door welke apostel ik ben geëigend. In mijn geval is dit apostel L. Slok geweest, de apostel van mijn jeugdjaren.

Nog oudere lidmaatschapskaarten hebben het niet over een "eigening", maar over een "verzegeling".

Ook staat er het begrip "confirmatie", met de naam van de apostel die deze handeling heeft verricht. In mijn geval was dat opziener J.L. Slok, vlak voordat hij zelf apostel zou worden na het overlijden van zijn vader, apostel L. Slok.

Nou, u mag er chocolade van maken, ik vermoed dat het u duizelt.

We gaan er even stap voor stap doorheen.

De doop is ook binnen het ApGen een handeling waarbij het jong geboren kind door middel van water (bij ons is dit heel bescheiden: met een natte vinger) wordt opgenomen in de apostolische gemeente. Ook al lang bestaat bij ons de traditie dat de gehele gemeente gaat staan en hiermee, verwoordt door de voorganger die de doophandeling verricht, zich medeverantwoordelijk maakt om voor dit kind een, zeg maar, veilige en liefdevolle omgeving te vormen. Het is dus een verbond dat iedereen aangaat en waarbij iedereen zich ook betrokken voelt.

De doop is nadrukkelijk een plaatselijke aangelegenheid.

Heel vroeger volgde op de doop een verzegeling. Die handeling werd door een apostel uitgevoerd. Deze handeling komt direct voort uit de, zeker in die tijden nog centrale idee, dat de wederkomst van christus aanstaande zou zijn en dat een deel van de mensheid uitverkoren was om, samen met christus, een vredesrijk te vormen. In de bijbel wordt ergens een getal van 144.000 genoemd en apostolischen hadden de idee dat zij in ieder geval bij die 144.00 zouden behoren. Dit wist men vrijwel zeker als ze door de apostel waren verzegeld: dan hoorden ze er helemaal bij.

De verzegeling werd bijna belangrijker gevonden dan de doop. Het was ook mogelijk om overleden familieleden te laten verzegelen.

We hebben het over de beginjaren van de 20e eeuw. Dit gebruik was enkele decennia later alweer verlaten.

Later werd de verzegeling omgezet in een eigening. Het idee van de 144.000 was toen al niet meer zo sterk aanwezig: apostolischen in die jaren (jaren vijftig en zestig) neigden meer naar de gedachte dat er na de dood geen persoonlijke voortzetting van het leven was: het hier en nu kwam volledig centraal te staan.

Maar de eigening door de apostel werd wel erg belangrijk gevonden. Want dan hoorde je er ook weer helemaal bij.

Het kwam dan ook wel voor dat een baby wel werd verzegeld of werd geëigend, maar niet werd gedoopt, als de apostel precies in de periode dat anders de doop zou plaatsvinden, de lokale gemeente bezocht.

Bijzonder is wel (en ik weet eerlijk gezegd niet zo goed wanneer dit gebruik is ontstaan), dat apostolischen rond hun 20e nog persoonlijk een uitspraak doen over hun apostolisch-zijn: willen ze dit doorzetten of kiezen ze voor een leven buiten het ApGen? Dit heet de confirmatie en bestaat, gelukkig, nog steeds...

Mijn ouders hebben dit meegemaakt en ikzelf natuurlijk ook, dus zo lang bestaat deze, goede gewoonte al: volwassen mensen die een zelfstandige keuze maken met betrekking tot hun apostolisch-zijn.

En geloof me, hier is werkelijk alle ruimte om tot een eigen keuze te komen. Sterker, er worden hele gesprekken met je gevoerd over wat je wilt. En deze gesprekken zijn niet gericht op het "naar binnen praten".

Veel kinderen nemen uiteindelijk afscheid. Voor zover ik kan overzien, in ieder geval geldt dit voor mijn eigen kinderen, vrijwel nooit omdat ze het ApGen helemaal niks vinden: meestal is er dankbaarheid voor de wijze waarop ze zijn begeleid in hun opvoeding en de ruimte die ze hebben gekregen om zelf tot keuzes te komen, maar het deel uitmaken van een kerk en dan ook hier actief een aandeel in hebben: ze nemen het te serieus om maar voor de goede sier in te stemmen.

De "verzegeling" en "eigening" bestaan niet meer. Dit soort van exclusiviteit, waardoor anderen op een subtiele manier toch worden uitgesloten, dat past domweg niet meer in de huidige manier van denken. De doop, zeker zoals deze in de gemeentes van het ApGen wordt ingevuld, maar ook de confirmatie zijn overgebleven.

En inderdaad, gemeenschappen zijn vaak veilige en liefdevolle omgevingen en ja, de leden die kiezen voor hun apostolisch-zijn, zijn dan ook veelal actief in de kerk. Op hun eigen wijze, natuurlijk.

maandag 29 april 2019

Zie, ik maak alle dingen nieuw...

tekenende handen - M.C. Esscher
Afgelopen zondag was het thema van het weekschrijven: "medeschepper van een nieuwe wereld..." (*)

Ze begon met een uitgebreid citaat uit het wondermooie "lied van Ruth" van Stef Bos. 

" (...)

En ek weet die toekoms is onseker
En die donker is digby
En ek weet ons wag n lang reis
Reg deur die woestyn

Maar jou land is my land
Jou volk is my volk
Jou taal is my taal
Jouw God is my God
Jou droom is my droom
Jou pad is my pad
Jou toekoms my toekoms
Jou hart in my hart

(...) "

Die middag realiseerde ik me: "nieuw is niet anders".

Dit moet ik uitleggen: het ligt dicht bij elkaar, dus de formulering luistert nauw.

We kunnen soms vol verlangen spreken over een "nieuwe wereld", in die zin dat we uitzien naar een wereld waarin geen lijden, onnodig bloedvergieten, onrecht of andere menselijke dwaalwegen meer zullen voorkomen.

Dat is een wereld die ver afstaat van onze huidige wereld.

Het leidt tot ofwel een verwachtingsvol dromen, bidden ofwel tot bitter cynisme of, zoals het meestal wordt verwoord: realisme...

Ook in het ApGen doen we soms, bijna wanhopig pogingen om te duiden dat de wereld steeds mooier wordt en dat het een kwestie is van tijd en volharden om die nieuwe wereld te kunnen betreden.

En de realisten in de zaal kijken om zich heen en plaatsen vraagtekens bij dit perspectief. En de dromers wijzen op het terugdringen van de armoede in de wereld. En de realisten wijzen dan weer op de groeiende kloof tussen de rijke en arme landen, waarbij een steeds kleiner deel van de wereldbevolking een steeds groter deel van alle aardse rijkdommen bezit...

En wellicht hebben ze allemaal gelijk: ik geloof persoonlijk dat het voor mij onmogelijk is om vanuit mijn beperkte perspectief in het hier en nu tot een realistisch beeld te komen van wat we zo halsstarrig "werkelijkheid" noemen. Misschien dat onze kindskinderen hier een helderder beeld over kunnen krijgen.

De tijd zal het leren.

Is het dan verkeerd om te dromen? 

Zeker niet.

Is het dan verkeerd om de nuchtere feiten stevig voor jezelf neer te zetten?

O nee, ook dat niet.

Maar we hadden het over de schepping van een nieuwe wereld...

Dat gaat over het hier en nu. Dat gaat over jou en mij.

En dan kom ik bij de opmerking die ik maakte: nieuw is niet anders...

Hopelijk kun je je nog herinneren een moment dat je verliefd werd. Over wat dat deed met jou en de wereld om je heen. Je liep de hele dag met een grote glimlach rond. De scherpte leek van de wereld af te gaan en alles kreeg een warme, gouden gloed.

Zo kan ik me nog levendig het moment herinneren dat onze oudste dochter was geboren. De intense sfeer vol verwachtingen die in ons huis hing. Een serene, verstillende sfeer. Het gevoel dat me zo overviel omdat ik opeens vader was. Dat kleine meisje in mijn armen, nog maar een paar minuten oud en het voelde al direct of ze er altijd al geweest was.

Zie ik maak alle dingen nieuw...

Volgens mij ligt in dergelijke ervaringen een belangrijke sleutel als het gaat om "een nieuwe wereld".

En daar gaat het lied van Ruth ook over. Ruth, een vrouw uit Moab, die trouwde met één van de zonen van Elimelech en Noömi. Zij waren vluchtelingen voor de hongersnood uit Palestina. Nadat Elimelech en zijn zonen waren overleden, trok Noömi met haar beide schoondochters weer terug naar haar moederland, Palestina. Zij gaf haar schoondochters de ruimte om in hun eigen land te blijven, maar Ruth weigerde haar alleen te laten. 

"Maar jou land is my land
Jou volk is my volk
Jou taal is my taal
Jouw God is my God
Jou droom is my droom
Jou pad is my pad
Jou toekoms my toekoms
Jou hart in my hart"

De wereld was niet veranderd, maar hij was wel nieuw. Scheppers van een nieuwe wereld. We kunnen het. Hier en nu. Deze wereld...


zondag 21 april 2019

Leven is veranderen




Vanmorgen in de paasdienst van het ApGen, bleek het thema van de ochtend "leven is veranderen" te zijn.

Behalve dat hier een waarheid als een koe wordt neergelegd, kun je je afvragen waarom nu juist met Pasen een dergelijk thema wordt aangehaald.

Aan de ene kant is Pasen natuurlijk het feest van het zich vernieuwende leven, een lentefeest; aan de andere kant kun je je afvragen of deze jaarlijkse cyclus ook te maken heeft met veranderen. Het komt immers ieder jaar weer terug. Ook de kerkelijke cyclus waarin het lijden van Jezus van Nazareth wordt herdacht gedurende de stille week, vormt al eeuwen een terugkerende cyclus.

Als voorbeeld werd een weekschrijven uit 1972 aangehaald. Dit schrijven begint met de opgewekte kreet dat "Christus leeft!". Terecht merkte de lokale voorganger op dat een dergelijke uitroep in deze tijd niet snel meer zal worden gemaakt. Hij zette het "werken aan een duurzame wereld" ernaast als de alternatieve, moderne verwoording van het vroegere "Christus leeft!".

Hier moest ik even over nadenken.

Mij lijkt het dat hier twee geheel verschillende begrippen uit twee geheel verschillende werelden naast elkaar worden gezet. Er werd ook feitelijk geen nadere duiding gegeven, zodat ik met grote vraagtekens bleef zitten. Natuurlijk, als je maar lang genoeg doorpraat zijn alle begrippen wel met elkaar te verbinden, maar dat maakt de relatie nog niet onmiddellijk logisch.

Als ik het evangelie goed heb gelezen, dan wijst Jezus zijn luisteraars er met regelmaat op dat zijn woorden en voorbeelden niet van "deze" wereld zijn. Het duidelijkst wordt dit wanneer hij door het volk van Jeruzalem wordt afgewezen, als Pilatus hen de keuze stelt om Jezus of Barabas te bevrijden van het kruis. Jezus wordt dus gekruisigd en spottend komt er een bordje aan het kruis te hangen: "Koning der Joden". Hij bleek niet de superheld die de strijd aanging met de gehate Romeinen. Hij bleek het over een heel ander koninkrijk te hebben gehad.

Hij werd niet begrepen.

In de traditie van het apostolisch genootschap, is Christus niet een exclusief begrip dat alleen aan Jezus te verbinden is. Immers, in onze optiek is de mens Jezus van Nazareth gestorven aan het kruis. Zijn wederopstanding is voor ons alleen te begrijpen als een symbool, waarmee duidelijk wordt gemaakt dat anderen na hem zijn wijze van leven zijn gaan navolgen. De boodschap dat God Liefde is in zijn of haar persoonlijke leven is gaan waar-maken. En dat iedere keer als iemand tot die keuze komt, Christus steeds opnieuw weer opstaat.

Niet als een metafysisch gebeuren, maar heel concreet: doordat er mensen zijn die de liefde in hun eigen leven handen, voeten en een mond willen geven.

Ik las vandaag ergens over een wijsgeer die over God sprak als "God gebeurt...". In die optiek is God niet een "wezen", maar, ja, een werk-woord.

Er is nog een aspect dat hierin voor mij belangrijk is.

Het verbond.

De kracht van mijn geloof komt voort uit het gegeven dat ze alleen invulling kan krijgen als mensen hier zelf voor kiezen.

Dus iedere vorm van geloven die voortkomt uit angst, dwang of macht, wordt door mij afgewezen. Ik ben er werkelijk van overtuigd dat mensen die tot deze keuze komen, opgaan in een verbond dat God met de wereld sloot.

Pas op!

Vraag u even af welk beeld u nu spontaan krijgt bij deze zin: "die God met de wereld sloot..." Ik vermoed, mij overkomt het, dat er onmiddellijk weer een mannetje op een wolk tevoorschijn komt. Maar probeer hier eens het beeld van God als gebeuren naast te zetten...

Zo ongeveer als dat kindje dat voor het eerst opstaat en zijn of haar eerste stapjes zet: het geeft zich vol vertrouwen over aan het gebeuren en dan gebeurt het....

Dat verbond.

En ja, dat moet ook een duurzame wereld opleveren... maar het is dus niet hetzelfde maar een gevolg van...en volgens mij is deze volgorde niet onbelangrijk.

zaterdag 13 april 2019

God is Liefde...


Eén van de mooiste citaten van Simone Weil, leerde ik van Tomas Halik, Tjechisch priester en theoloog:

"Twee gevangenen in aangrenzende cellen, die door klopsignalen contact met elkaar hebben. De muur is wat hen scheidt, maar ook wat hen staat stelt om contact met elkaar te hebben. Datzelfde geldt tussen ons en God. Iedere scheiding is een verbinding."

Voor mij is dit de meest logische verbinding naar de tekst die boven de deur van dit kerkje in Hekendorp (ZH) staat:

"God is liefde" ...

Sinds deze kerk in 1845 haar deuren opende voor de mensen in en rond Hekendorp, lopen zij iedere zondag een deur door waarboven in steen deze tekst is uitgehouwen. Onontkoombaar zal iedere zondag de blik van de kerkganger even langs deze tekst glijden en zo wordt hij, week in, week uit, in zijn herinnering opgenomen.

Al sinds 1845 delen de kerkgangers in Hekendorp hun leven met elkaar. Ze verheugen zich in een opbloeiende liefde, ze treuren om een overledene, ze leven mee met de zieke uit hun gemeenschap. De kerkgemeente zal ook zonder twijfel te maken hebben gehad met de dwaalwegen van de menselijke geest: jaloezie, hebzucht, onverschilligheid, drankzucht en ga zo maar door. Niets menselijks zal hen de afgelopen 174 jaar bespaard zijn geweest.

Zo zullen er in die 174 jaar vast momenten zijn geweest dat men kerkleden is kwijtgeraakt of dat er binnen de gemeenschap tegenstellingen ontstonden. Momenten waarop de ander niet meer werd herkend als naaste, als iemand die jouw broeder of zuster is.

Momenten dat de verbinding verloren ging.

En ik ben nu zo enorm benieuwd wat dan de uitwerking van die tekst boven de ingang is geweest...

Werd ze gebruikt als onderling verwijt? ("Ik dacht dat God liefde was....nou als het zo moet...") of bracht ze bezinning ("Als God liefde is...dan zal ik me op een andere manier tot jou moeten verhouden...")?

Zou deze tekst het klopsignaal kunnen zijn, waardoor ik het contact met die ander, die ik eigenlijk helemaal niet ken, tot stand kan brengen? Zodat dat wat ons scheidt, nu de mogelijkheid wordt om met elkaar in verbinding te komen?

zondag 7 april 2019

Verschijning Gods

Gevelsteen in Gent: het bezoeken van de gevangenen

De weekbrief van deze week had als thema: barmhartigheid.

De eredienst begon goed met de vraag op welke wijze we dit begrip tegenwoordig zouden duiden. Daar bleek veel variatie denkbaar: mededogen (maar dat is nauwelijks een moderner woord); naastenliefde; nabij-zijn; helpen en iemand riep ook nog "doeslief"... de kreet waarmee Sire het onbeschoft-zijn probeert te keren.

In de bijbel worden oorspronkelijk zes werken van barmhartigheid genoemd: de hongerigen voeden; de dorstigen laven; de naakten kleden; de vreemdeling herbergen; de zieken verzorgen en de gevangenen bezoeken. In de 13e eeuw wordt hier door paus Innocentius III nog aan toegevoegd, het begraven van de doden. Sindsdien kennen we dus de zeven werken van barmhartigheid. Ze zijn veelvuldig in altaarstukken en andere kunstvormen verbeeld.

Door paus Franciscus is er recent nog een achtste werk aan toegevoegd: het barmhartig-zijn voor ons gemeenschappelijk huis. Deze is dan vooral bedoeld voor de zorg voor de schepping in al haar levensvormen.

De vraag kwam naar voren of we bereid zijn om ons voor een ieder barmhartig te tonen.

Ik begrijp de vraag. Net zo goed als dat de vraag gesteld kan worden of we werkelijk in staat kunnen zijn om onze vijanden lief te hebben.

Toch blijft de vraag voor mij een hoog theoretisch karakter behouden.

Laat ik het anders benaderen.

Ooit, in mijn jonge jaren toen ik nog als psychiatrisch verpleegkundige werkte, werden mijn collega's en ik op enig moment geconfronteerd met de overname van een jongeman die uit een TBS-kliniek werd ontslagen. Hij zou nog enkele maanden met een rechterlijke machtiging bij ons verblijven en onder behandeling zijn.

Dit gebeurde vaker.

Van deze man werd bekend dat hij zich seksueel aangetrokken voelde tot kinderen en ook dat hij daadwerkelijk kinderen had aangerand.

De vraag die hierboven werd gesteld, was opeens niet theoretisch meer.

We hebben hem verpleegd. We zijn met hem opgetrokken. We hebben hem benaderd zoals we iedereen benaderden.

Respectvol en als mens.

Hij werd geen vriend van mij. Ik vond het nogal een miezer, maar dat liet onverlet dat er bij mij geen enkele aandrang was om hem eens de les te lezen of mijn afkeer van zijn daden fysiek op hem te botvieren.

Zoals de man die enkele weken geleden in Utrecht enkele volstrekt willekeurige mensen heeft doodgeschoten, op dit ogenblik wordt opgevangen door politiemensen en bewaarders in een cellencomplex; zoals de jongen die dronken achter het stuur kroop en enkele anderen doodreed en zelf gewond raakte, door verpleegkundigen en artsen is behandeld en verzorgd.

En ga zo maar door.

Er is meer barmhartigheid dan we ons kunnen voorstellen.

Als we ons tenminste willen realiseren dat barmhartigheid geen roze wolk is van waaruit allerlei glinsterende sterretjes rond dwarrelen, maar een rauwe werkelijkheid waarin je soms dwars door je eigen weerzin heen moet om jezelf beet te pakken.

Omdat je niet zo wilt zijn als die kinderverkrachter, zoals die dronkelap, zoals die gauwdief, terwijl het toch medemensen van je zijn met ook herkenbaar gedrag.

Omdat je je realiseert dat als je wilt dat de wereld mooier wordt, je het patroon van oog om oog zal moeten doorbreken.

En misschien....

heel misschien gebeurt er dan ook iets bij die ander.

Gevangenen de vrijheid, 
bedroefden troost te geven, 
geen beker water weig’rend 
aan hem die smachtend klaagt. 
Het eigen voordeel mijdend, 
eenvoudig, onbaatzuchtig. 
Dàt is Verschijning Gods, 
waarnaar het mensdom vraagt!

(oud apostolisch lied)